Bij mannen boven de vijftig is een vergrote prostaat een van de meest voorkomende aandoeningen. Medisch heet dit benigne prostaathyperplasie, afgekort BPH. Het woord ‘benigne’ betekent goedaardig: een vergrote prostaat is dus geen kanker en verhoogt het risico daarop niet. Toch kunnen de klachten aanzienlijk zijn en de kwaliteit van leven beinvloeden.
Wat doet de prostaat?
De prostaat is een klier ter grootte van een walnoot die direct onder de blaas ligt, rondom de plasbuis. De voornaamste functie is het aanmaken van prostaatvochtdat sperma vloeibaar houdt en zaadcellen beschermt. Naarmate mannen ouder worden, groeit de prostaat bij de meesten geleidelijk verder. Dat is op zichzelf normaal, maar als de klier te groot wordt, kan zij de plasbuis samendrukken en klachten veroorzaken.
Welke klachten horen erbij?
De klachten van BPH worden samengevat onder de term LUTS: Lower Urinary Tract Symptoms. Ze vallen uiteen in twee categorieen.
Irritatieve klachten zijn direct gerelateerd aan de blaas: vaak plassen (ook ’s nachts), plotseling sterke aandrang en in sommige gevallen aandrangincontinentie.
Obstructieve klachten ontstaan door de vernauwing van de plasbuis: een zwakke urinestraal, moeite met beginnen, nadruppelen na het plassen en het gevoel de blaas niet volledig te legen.
Niet elke man met een vergrote prostaat heeft klachten. Omgekeerd kunnen ernstige klachten voorkomen bij een prostaat die slechts licht vergroot is. De mate van ongemak hangt af van de positie van de groei, niet alleen de omvang.
Wat zijn de oorzaken?
Een uitgebreider overzicht van het verloop en de klachten staat beschreven in dit artikel over de symptomen van een vergrote prostaat.
De exacte oorzaak van BPH is nog niet volledig opgehelderd, maar hormonale factoren spelen een centrale rol. Met het stijgen van de leeftijd verandert de verhouding tussen testosteron en oestrogeen. Dihydrotestosteron (DHT), een afgeleid hormoon van testosteron, stimuleert de groei van prostaatweefsel. Mannen die door medische omstandigheden geen DHT aanmaken, ontwikkelen geen BPH, wat het belang van dit hormoon bevestigt.
Genetische aanleg speelt ook een rol: mannen met eerstegraadsfamilieleden met BPH hebben een grotere kans de aandoening zelf te ontwikkelen.
Wat zijn de behandelopties?
Bij milde klachten is actief afwachten (‘watchful waiting’) vaak het eerste advies van de huisarts, gecombineerd met leefstijladviezen. Denk aan minder cafeine en alcohol, geregeld bewegen en het aanleren van blaastraining.
Bij matige tot ernstige klachten zijn medicijnen beschikbaar. Alfablokkers ontspannen de spieren rondom de plasbuis en verminderen snel de symptomen. 5-alfareductaseremmers (zoals finasteride) remmen de aanmaak van DHT en kunnen de prostaat op termijn verkleinen, maar werken langzamer.
Bij onvoldoende effect van medicatie zijn minimaal-invasieve ingrepen of operatieve behandeling een optie.
Aanvullende aanpak: voeding en kruiden
Naast medische behandeling zijn er mannen die aanvullend kijken naar voeding en plantaardige supplementen. Zaagpalmetto (Serenoa repens) is het meest bestudeerde kruid bij prostaatklachten. De resultaten van studies zijn gemengd: sommige trials tonen een verbetering van urinestroomsnelheid en plasklachten, andere vinden geen significant voordeel ten opzichte van placebo. De European Association of Urology beschouwt het bewijs als onvoldoende voor een officiele aanbeveling, maar acht het gebruik als aanvulling veilig.
Pompoenpitten bevatten fytosterolen en zink, beide stoffen die betrokken zijn bij de prostaatfunctie. Brandnetelwortel wordt traditioneel toegepast bij LUTS en heeft in combinatie met zaagpalmetto in enkele RCT’s een vergelijkbaar effect laten zien als alfablokkers.
Wie meer wil lezen over plantaardige opties in samenhang met medisch advies, kan informatie vinden op websites als Lot of Herb, die zich richt op fytotherapeutische supplementen op basis van traditionele kruiden.
Wanneer naar de huisarts?
Ga bij de volgende signalen altijd naar de huisarts: bloed in de urine, pijn bij het plassen, koorts in combinatie met plasklachten, of het volledig niet meer kunnen plassen (urineretentie). Dat laatste is een medische noodsituatie.
Bij geleidelijk toenemende klachten zonder alarmsignalen is een reguliere afspraak bij de huisarts de aangewezen weg. Via een PSA-bloedtest en eventueel een echo kan de arts de ernst beoordelen en de juiste vervolgstap adviseren.
Dit artikel is informatief bedoeld en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg bij klachten altijd een arts of specialist.
